Voor de meeste bodembedekkers reken je op 4 tot 9 planten per vierkante meter. Het exacte aantal hangt af van de soort: snelle groeiers kun je dunner planten, langzame groeiers zet je dichter op elkaar om kale plekken te voorkomen. Hieronder vind je concrete aantallen per type plant, zodat je precies weet hoeveel je nodig hebt.
Hoeveel bodembedekkers per m2 per soort?
De vuistregel is: hoe groter de plant op volwassen grootte wordt, hoe minder exemplaren je per vierkante meter nodig hebt. Kleine, dichte soorten zoals Ajuga (zenegroen) of Pachysandra plant je op 6 tot 9 per m2. Middelgrote soorten zoals Vinca minor (kleine maagdenpalm) of Geranium macrorrhizum volstaan met 4 tot 6 per m2. Grote, breed uitlopende soorten zoals Hypericum calycinum of bepaalde grassen kun je soms al met 3 per m2 planten.
| Soort | Planten per m2 | Opmerking |
|---|---|---|
| Ajuga reptans (zenegroen) | 6 tot 9 | Snel uitlopend, dicht tapijt |
| Pachysandra terminalis | 6 tot 9 | Langzame groeier, dus dicht planten |
| Vinca minor | 4 tot 6 | Loopt goed uit, weinig onderhoud |
| Geranium macrorrhizum | 4 tot 6 | Goede bodembedekker, ook in schaduw |
| Hypericum calycinum | 3 tot 5 | Breed uitlopers, snel volgroeid |
| Waldsteinia ternata | 6 tot 9 | Traag, moet dicht staan |
| Hosta (hartlelie) | 3 tot 5 | Afhankelijk van cultivar |
| Sedum (vetkruid, laag) | 6 tot 9 | Goed voor droge, zonnige plekken |
Kale plekken: oorzaken en hoe je ze voorkomt
Kale plekken tussen bodembedekkers ontstaan bijna altijd door één van drie dingen: te weinig planten per vierkante meter, ongelijke groei, of planten die niet passen bij de omstandigheden (te veel schaduw, te droog of juist te nat). Vooral trage groeiers zoals Pachysandra en Waldsteinia geven de eerste één tot twee jaar veel kale ruimte als je ze te ruim zet.
De makkelijkste oplossing is tijdelijk bijplanten of de plantafstand kleiner nemen bij de aankoop. Je kunt ook kiezen voor een bodembedekker die sneller groeit, maar onthoud dat snelle groeiers ook vaker bijgestuurd moeten worden om niet over tuinpaden of buren heen te kruipen.
Plantafstand berekenen: zo werkt het in de praktijk
Van het aantal planten per m2 naar de onderlinge afstand gaat zo: bij 6 planten per m2 deel je 100 cm door de wortelvan 6 (ongeveer 2,45), dus een plantafstand van ongeveer 40 cm in elk geval. Bij 9 planten per m2 wordt dat circa 33 cm. Bij 4 planten per m2 reken je op circa 50 cm hart op hart.
Plant bodembedekkers bij voorkeur in een driehoeksverband in plaats van in rechte rijen. Zo dek je de bodem gelijkmatiger en heb je minder kans op kale stroken. Dat klinkt ingewikkeld, maar het betekent gewoon dat je elke volgende rij een halve steek verspringt.
Wanneer meer planten per m2 verstandig is
Er zijn situaties waarin je beter aan de hoge kant van de richtlijn zit. Op hellingen met erosiegevaar wil je snelle bodembedekking, dus plant je dichter. Hetzelfde geldt voor plekken met veel onkruk: een dicht plantenkleed laat minder licht door en houdt onkruid beter tegen. Ook als je een bepaald effect snel wilt zien, bijvoorbeeld voor een tuin die je verkoopt of een evenement, loont het om meer per m2 te planten.
Andersom heeft dunner planten soms voordelen: je bent goedkoper uit, de planten hebben meer ruimte om goed te wortelen en je hebt minder risico op schimmel of plaagdruk door te veel vocht. Bij snelle groeiers in een goed klimaat is 3 tot 4 per m2 vaak al prima.
Reken voor een gemiddeld bed van 10 m2 met bodembedekkers dus ruwweg op 40 tot 90 planten, afhankelijk van de soort. Koop altijd iets meer dan je berekend hebt, zo’n 10 procent extra, zodat uitval of beschadigde planten geen kale gaten achterlaten.



