Bodembedekkers voor droge grond: de beste keuzes op een rij

Voor droge grond zijn er gelukkig volop bodembedekkers die het goed doen. Goede keuzes zijn onder andere Waldsteinia, Stachys byzantina (ezelsoor), Hypericum calycinum (sint-janskruid), Sedum-soorten en Cerastium tomentosum (hoornbloem). Deze planten verdragen langere droge periodes, groeien snel dicht en houden onkruid goed op afstand. Welke het beste past, hangt af van of de droge plek ook schaduw heeft of juist in de volle zon ligt.

Waarom bodembedekkers op droge grond extra nuttig zijn

Droge grond is lastig. De bodem warmt snel op, vocht verdampt razendnel en de meeste planten trekken het niet lang vol. Bodembedekkers lossen dit probleem handig op: ze sluiten de bodem af, houden de resterende vochtigheid langer vast en beschermen de grond tegen uitdroging door de zon. Tegelijk onderdrukken ze onkruid, want er blijft geen ruimte vrij voor ongewenste planten om te kiemen.

Droge grond komt veel voor op plekken met zandige of stenige bodem, langs muren die warmte terugkaatsen, op hellingen waar water snel wegloopt en onder bomen met ondiepe wortels. Voor al die situaties geldt dat je beter kiest voor planten die van nature in droge omstandigheden voorkomen, in plaats van telkens te moeten beregenen.

De beste bodembedekkers voor droge grond in de volle zon

Sedum (vetkruid) is de meest droogtetolerante bodembedekker die je kunt kiezen. De dikke blaadjes slaan vocht op, waardoor deze plant weken zonder water kan. Sedum groeit laag, vlakt de bodem netjes af en bloeit in de zomer met gele, roze of witte bloemetjes. Ideaal op zandige of stenige bodems en perfect voor een helling of een droge border.

Stachys byzantina (ezelsoor) heeft zachte, zilverkleurige blaadjes en groeit goed op droge, zonnige plekken. De plant verspreidt zich snel, maar blijft goed in de hand te houden. De grijzige kleur geeft een mooie rustige uitstraling in de tuin. Let op: op echt natte grond gaat ezelsoor snel rotten, maar op droge grond gedijt hij uitstekend.

Cerastium tomentosum (hoornbloem of sneeuwzilver) bloeit in het voorjaar massaal wit en loopt daarna door als laag, grijs tapijt. Snel groeiend, sterk en veeleisend qua water is het zeker niet. Op een zonnige helling of langs een pad doet hij het bijzonder goed. Eén nadeel: hij kan bij ideale omstandigheden wat agressief uitbreiden, dus houd hem in de gaten.

Hypericum calycinum (sint-janskruid) wordt iets hoger dan de rest, zo’n 30 tot 40 centimeter, en bloeit met opvallend grote gele bloemen. Hij groeit op droge, zonnige tot licht beschaduwde plekken en dicht de bodem snel en stevig af. Goed om te weten: sint-janskruid verspreidt zich via worteluitlopers en kan invasief worden als je hem niet bijhoudt.

Bodembedekkers voor droge grond in de schaduw

Droge schaduw is de moeilijkste combinatie in de tuin. Toch zijn er planten die ook daar goed gedijen.

Waldsteinia ternata is een van de meest aanbevolen bodembedekkers voor droge schaduw. Hij heeft donkergroene, glanzende blaadjes en bloeit in het voorjaar met kleine gele bloempjes. Hij groeit langzaam maar zeker dicht, is wintergroen en vraagt bijna geen onderhoud. Onder bomen doet hij het prima, ook als de bodem er redelijk droog bij staat.

Pachysandra terminalis groeit ook op droge schaduwplekken, al doet hij het nóg beter als de grond iets vochtiger is. Op droge grond groeide hij trager, maar hij blijft betrouwbaar. Kies in dat geval de variëteit ‘Green Carpet’ voor een dichtere bedekking.

Vinca minor (kleine maagdenpalm) is een bekende bodembedekker die ook in droge omstandigheden stand houdt. Hij klimt niet, maar kruipt en verspreidt zich snel. In het voorjaar bloeit hij met paarsblauwe of witte bloemetjes. Op volledig droge zandgrond kan hij het iets moeilijker hebben, maar onder een boom of langs een schaduwrijke rand doet hij het uitstekend.

Planten en aanplanten: zo pak je het aan

Plant bodembedekkers voor droge grond bij voorkeur in het voor- of najaar. Dan heeft de plant de tijd om te wortelen voordat droge zomers beginnen. In de eerste weken na het planten is regelmatig water geven verstandig, ook al kies je voor droogtetolerante soorten. Daarna kunnen ze het zelf af.

Zet de planten niet te ver uit elkaar. Een plantafstand van 20 tot 30 centimeter zorgt ervoor dat de bodem binnen één tot twee seizoenen goed dichtgroeit. Plant je te ruim, dan heb je in de tussentijd last van onkruid in de open plekken.

Werk voor het planten wat compost door de bovenste laag grond, zelfs op droge grond. Dat verbetert de wateropname en geeft de planten een vliegende start. Daarna is extra bemesting meestal niet nodig.

Wat je beter kunt vermijden op droge grond

Niet elke bodembedekker past bij droge omstandigheden. Ajuga reptans (zenegroen) en Tiarella zijn populair maar stellen hogere eisen aan bodemvocht. Op droge grond groeien ze traag en zien ze er onverzorgd uit. Astilbe als bodembedekker werkt al helemaal niet op droge plekken. Kies dus bewust op basis van de werkelijke bodemomstandigheden, niet alleen op basis van hoe een plant eruitziet in een tuincentrum.

Een snelle test: graaf na een droge week 20 centimeter de grond in. Is de grond daar nog redelijk vochtig, dan zijn er meer opties beschikbaar. Is het kurkdroog, houd dan vast aan de soorten die speciaal voor droge grond geschikt zijn, zoals sedum, ezelsoor of Waldsteinia.

Met de juiste keuze van bodembedekkers voor droge grond hoef je nauwelijks meer te onderhouden. Eén keer goed planten levert je een lage, groene laag op die jaren meegaat en geen water vraagt.

Scroll naar boven