Er zijn tientallen soorten bodembedekkers, en de beste keuze hangt af van je bodem, lichtinval en doel. Bodembedekkers zijn lage planten die de grond dichtgroeien, onkruid onderdrukken en vocht vasthouden. Ze groeien breed uit en vormen een dicht tapijt dat weinig onderhoud vraagt. Of je nu een schaduwrijke hoek wilt beplanten of een zonnige helling wilt stabiliseren, er is altijd een geschikte soort.
Groenblijvende bodembedekkers
Groenblijvende bodembedekkers houden het hele jaar hun blad. Dat maakt ze extra nuttig: ook in de winter bedekken ze de bodem en houden ze onkruid tegen. Bekende soorten zijn:
- Maagdenpalm (Vinca minor): groeit snel, bloeit in het voorjaar met blauwe of witte bloempjes, en houdt het goed vol in schaduw. Let op: hij kan ook buiten de tuin verwilderen.
- Klimop (Hedera helix): een van de meest gebruikte bodembedekkers, ook op droge of zware schaduwplekken. Groeit stevig en is nagenoeg onderhoudvrij.
- Stijve naaldvaren (Polystichum aculeatum): een groenblijvende varen voor schaduwrijke, vochtige plekken. Geeft een weelderig, groen tapijt het hele jaar door.
- Tongvaren (Asplenium scolopendrium): herkenbaar aan zijn glanzende, brede bladen. Past goed bij andere varen- en schaduwplanten.
- Dubbelloof (Blechnum spicant): ook een groenblijvende varen, compact van formaat en geschikt voor vochtige schaduwplekken.
- Waldsteinia: vormt een dicht groen tapijt met gele bloempjes in het voorjaar, ook in droge schaduw.
Bladverliezende soorten bodembedekkers
Niet elke bodembedekker blijft groen in de winter, maar dat hoeft geen nadeel te zijn. Veel bladverliezende soorten groeien in het seizoen zo snel dat ze onkruid goed de baas blijven. Voorbeelden:
- Aardbeiganzerik (Potentilla sterilis) en herfstganzerik: laag, spreidend en met kleine bloempjes in geel of wit.
- Geranium (ooievaarsbek): bedekkende tuingeraniums, zoals Geranium macrorrhizum, groeien breed uit en ruiken aromatisch. Ze verdragen droogte goed en bloeien uitbundig.
- Alchemilla mollis (vrouwenmantel): vormt brede pollen met golfgerand blad. Goed voor de rand van borders of onder struiken.
- Hosta: populair voor schaduwborders, grote bladen die de grond volledig afdekken. Let op slakken.
Soorten bodembedekkers voor zon en droogte
Droge, zonnige plekken vragen om soorten die goed tegen hitte en weinig water kunnen. Veel tuineigenaren zoeken hier een oplossing, omdat gewoon gras of gewone planten er snel wegkwijnen.
- Tijm (Thymus serpyllum): kruipende tijm vormt een dicht, aromatisch tapijt. Bloeit roze tot paars en trekt bijen. Geschikt tussen tegels of op droge hellingen.
- Sedum (vetplantjes): extreem droogtebestendig, komt in veel soorten en kleuren, ideaal voor een stenige tuin of groendak.
- Zonneroosje (Helianthemum): compact struikje met felgekleurde bloemen in de zomer, houdt goed stand in arme, droge grond.
- IJzerhard (Ajuga reptans): technisch gezien voor halfschaduw, maar groeit ook op zonnige plekken als de grond niet te droog is. Blauwe bloeiaren in het voorjaar.
- Mossedum of vetmuur: extreem laag en tapijtvormend, bestand tegen hitte en nagenoeg geen verzorging nodig.
Bodembedekkers voor schaduw en vochtige plekken
Onder bomen of aan de noordzijde van een gebouw heeft lang niet elke plant het naar zijn zin. Toch zijn er soorten die hier juist floreren.
- Pachysandra terminalis: vormt een dicht groen tapijt onder bomen, ook op droge schaduwgrond. Groeit langzaam maar is erg betrouwbaar.
- Longkruid (Pulmonaria): gevlekt blad, bloeit vroeg in blauw en roze, goed voor vochtige schaduwplekken.
- Vingerhoedskruid (Digitalis): hogere bodembedekker voor halfschaduw, met imposante bloemstengels.
- Varens algemeen: van wormvaren tot struisvaren, varens zijn ideaal voor vochtige, koele plekken. Ze verdragen diepe schaduw en geven een weelderig effect.
- Salomonszegel (Polygonatum): elegant, met boogvormige stengels en hangende witte bloempjes. Goed voor droge schaduw.
Bloeiende bodembedekkers
Wie kleur wil én onkruidonderdrukking, kiest voor bloeiende soorten. Die combinatie bestaat, al is de bloeitijd per soort beperkt.
- Phlox subulata (mosfloks): in het voorjaar een complete mat van roze, witte of paarse bloemen. Groenblijvend, voor zon en goed doorlatende grond.
- Vergeet-mij-niet (Myosotis): eenjarig of tweejarig, maar zaait zichzelf snel uit. Lichtblauwe bloemen in het voorjaar.
- Aardbeien (Fragaria): sierplant én eetbaar. Verspreidt zich snel via uitlopers en bloeit wit met gele hartjes.
- Gele dovenetel (Lamium galeobdolon): bloeit geel, gevlekt blad, ook voor schaduw. Kan wel erg invasief worden.
Waar je op moet letten bij de keuze
De juiste soort bodembedekker kiezen gaat sneller als je eerst een paar dingen vaststelt. Kijk naar de lichtinval: staat de plek in volle zon, halfschaduw of diepe schaduw? Controleer daarna de bodemsoort (droog, vochtig, zand of klei) en de oppervlakte die je wilt bedekken.
| Situatie | Geschikte soorten |
|---|---|
| Volle zon, droog | Tijm, sedum, zonneroosje, mossedum |
| Halfschaduw, normaal vochtig | Geranium macrorrhizum, ajuga, waldsteinia |
| Diepe schaduw, droog | Pachysandra, klimop, salomonszegel |
| Diepe schaduw, vochtig | Varens, longkruid, hosta |
| Bloei gewenst | Phlox subulata, maagdenpalm, ajuga, lamium |
Let ook op invasieve soorten: gele dovenetel, klimop en maagdenpalm kunnen buiten hun plek groeien en andere planten verdringen. Kies invasieve soorten alleen als je de rand kunt begrenzen met een wortelwering of een vaste grens



