Regenwater afvoer: zo werkt het en waar je op moet letten

Een goede regenwater afvoer zorgt ervoor dat hemelwater snel en gecontroleerd wordt afgevoerd van je dak, oprit en tuin, zodat wateroverlast en schade aan je woning worden voorkomen. Het systeem bestaat uit meerdere onderdelen die samen het water van het dak naar de riolering, een regenton of de bodem leiden. Hieronder lees je hoe zo’n systeem in elkaar zit, welke keuzes je hebt en waar de meeste problemen ontstaan.

Hoe een regenwater afvoersysteem is opgebouwd

Het begint bij de dakgoot. Die vangt het regenwater op dat van het dakvlak afstroomt en leidt het naar de regenpijp. Via de regenpijp komt het water omlaag, waarna het via een aansluiting op het riool, een infiltratievoorziening of een opslagvat terechtkomt. Elk van die drie uitkomsten heeft een andere functie.

  • Rioolaansluiting: het meest gebruikte systeem in stedelijk gebied. Het regenwater gaat direct het vuilwaterriool of een apart hemelwaterriool in.
  • Infiltratie: het water wordt via een infiltratiekrat, een wadi of een grindpakket in de bodem geleid. Goed voor de grondwaterstand en minder belasting op het riool.
  • Hergebruik: het water wordt opgevangen in een regenton of een ondergrondse regenwaterput en later gebruikt voor de tuin of het toilet.

In de praktijk combineren veel woningen twee van deze methoden. Zo gaat een deel van het dakwater naar een regenton en stroomt de rest via de regenpijp naar het riool.

De onderdelen van de dakgoot en regenpijp

De dakgoot zelf komt in verschillende vormen: een halfronde goot is het meest klassiek, een bakgoot heeft een rechthoekige doorsnede en wordt vaker gebruikt bij platte daken en moderne woningen. Het materiaal bepaalt voor een groot deel de levensduur. Zink gaat bij goed onderhoud tientallen jaren mee, PVC is goedkoper en onderhoudsarm maar kan over tijd brozer worden, en aluminium zit daar qua prijs en duurzaamheid tussenin.

De regenpijp loopt verticaal langs de gevel omlaag. Onderaan zit vaak een bocht met een standbuis of een uitloop naar de grond. Het standaard diameter voor een regenpijp bij woningen is 80 of 100 millimeter. Een te smalle pijp bij een groot dakvlak leidt bij hevige regen snel tot overloopwater langs de gevel.

Veelgemaakte fouten bij regenwater afvoer

De meest voorkomende fout is een goot die niet voldoende helling heeft. Een dakgoot moet licht aflopen richting de afvoer, meestal zo’n 2 tot 3 millimeter per meter. Staat de goot waterpas of holt hij zelfs iets op, dan blijft water staan en krijg je algvorming, roest of bevriezingsproblemen in de winter.

Een andere veelgemaakte fout is het ontbreken van een bladvanger. Bladeren en takjes verstoppen de regenpijp snel, waarna water over de rand van de goot stroomt en langs de gevel loopt. Een simpele bladvanger bovenin de regenpijp voorkomt dat. Controleer die elk najaar na het bladvallen.

Ook de aansluiting op het riool verdient aandacht. Bij oudere woningen loopt het regenwater soms nog via het vuilwaterriool. Veel gemeenten stimuleren of verplichten inmiddels om de regenwater afvoer af te koppelen van het vuilwaterriool en apart te infiltreren of op te vangen. Check dit bij jouw gemeente als je een renovatie plant.

Afmetingen en capaciteit: hoeveel afvoer heb je nodig?

De benodigde capaciteit van je goot en regenpijp hangt af van de grootte van het dakvlak. Als vuistregel geldt: per 50 vierkante meter dakvlak heb je bij normaal Nederlands regenintensiteit ongeveer één regenpijp van 80 millimeter nodig. Bij een dakvlak van 100 vierkante meter is een pijp van 100 millimeter of twee afvoeren van 80 millimeter verstandig.

Voor wie het precies wil berekenen: de formule is gebaseerd op het dakvlak in m², de neerslaginintensiteit (in Nederland rekent men doorgaans met 0,03 liter per seconde per m²) en de doorvoercapaciteit van de gekozen pijpdiameter. Bij twijfel is meer afvoercapaciteit bijna altijd beter dan te weinig.

Regenwater afvoer bij platte daken

Bij platte daken werkt de afvoer anders dan bij schuine daken. Hier zit de afvoer niet aan de zijkant in een goot, maar midden op of aan de rand van het dak. Een inwendige dakafvoer loopt via een pijp door de woning naar buiten. Een externe bakgoot met uitloop aan de dakrand is een eenvoudiger alternatief.

Bij platte daken is doorbuiging een aandachtspunt. Als het dak niet voldoende helling heeft (minimaal 1 tot 2 procent), blijft er na regen plassen water staan. Dat noemen installateurs “wateraccumulatie” en het versnelt de slijtage van de dakbedekking aanzienlijk. Controleer bij onderhoud of het dak nog voldoende bol staat en of de afvoer niet verstopt is.

Infiltratie en hergebruik als alternatief voor directe afvoer

Steeds meer gemeenten willen dat regenwater niet meteen het riool in gaat. Bij hevige buien raakt het riool overbelast, waardoor rioolwater de straat op kan komen. Infiltratiekratten onder de tuin of oprit zijn een praktische oplossing. Ze vangen het water op en laten het langzaam in de bodem wegzakken. Een krat van 300 liter past al in een kuil van ongeveer 60 bij 60 bij 90 centimeter.

Een regenwaterput voor hergebruik biedt een dubbel voordeel: minder drinkwaterverbruik en minder druk op het riool. Vul er de toilet-spoeling of het tuinwater mee. De aanschaf- en plaatsingskosten van een ondergrondse put liggen naar schatting tussen de 1.000 en 3.000 euro (2026), afhankelijk van de inhoud en de installatiewijze.

Of je nu een eenvoudige regenton plaatst of een volledig infiltratiesysteem laat aanleggen: controleer altijd of er lokale regels of subsidies van toepassing zijn. Veel gemeenten bieden een tegemoetkoming voor het afkoppelen van regenwater of het aanleggen van een groen dak, wat eveneens bijdraagt aan een betere waterafvoer. Een goed werkende regenwater afvoer is uiteindelijk goedkoper dan schimmel in de kruipruimte of water in de kelder.

Scroll naar boven