Een regenpijp aansluiten op de dakgoot begint bovenaan: je monteert eerst de verbindingsstukken aan de dakgoot zelf, en werkt dan naar beneden toe totdat de pijp het regenwater naar de grond of het riool afvoert. Met de juiste materialen en een duidelijke volgorde is dit een klus die je zelf kunt doen in een middag.
Wat heb je nodig?
Voordat je begint, verzamel je alle onderdelen. Zorg dat maten overeenkomen, want dakgoten en regenpijpen zijn er in verschillende diameters (70 mm, 80 mm en 100 mm zijn veelgebruikte maten). Een mismatch geeft lekken.
- Uitlaat (ook wel gootuitloop of afvoerstuk genoemd): dit verbindt de dakgoot met de regenpijp
- Twee bochten (ellebogen) om de pijp langs de gevel te leiden
- Regenpijp in de juiste lengte
- Muurbeugels (reken op één beugel per 1,5 tot 2 meter pijp)
- Verbindingsmouwen of schroefkoppelingen
- Standpijp of eindstuk onderaan (afhankelijk van de afvoersituatie)
- Zaag, waterpass, meetlint, potlood en boor met pluggen
Regenpijp aansluiten op dakgoot: de stappen
Werk altijd van boven naar beneden. Zo houd je controle over de positie van de pijp langs de muur.
Stap 1: Monteer de uitlaat in de dakgoot. Zaag of boor een gat in de onderkant van de dakgoot op de plek waar het water moet weglopen. Plaats de uitlaat en zet hem vast met de meegeleverde klem of een speciale dakgootlijm, afhankelijk van het materiaaltype (pvc of aluminium). Zorg dat de dakgoot licht naar de uitlaat helt, zodat water er vanzelf naartoe loopt. Een helling van 2 à 3 mm per meter is genoeg.
Stap 2: Bevestig de bovenste bocht. Sluit de eerste bocht (elleboog) aan op de uitlaat. Deze bocht zorgt dat de pijp langs de muur loopt in plaats van recht naar beneden. Afhankelijk van de dakoversteek gebruik je één of twee bochten om de pijp netjes tegen de gevel te krijgen.
Stap 3: Meet de lengte van de pijpen. Meet de afstand van de bovenste bocht tot de volgende verbinding of tot de grond. Zaag de pijp op maat. Laat onderaan minimaal 20 centimeter vrij van de grond als je het water op het maaiveld laat uitlopen, zodat je geen verstoppingen krijgt door puin of bladeren.
Stap 4: Markeer de positie van de beugels. Houd de pijp tegen de muur en markeer de beugelpunten met een potlood. Controleer met een waterpass of de pijp recht staat. Boor de gaten, sla pluggen in en schroef de beugels vast. Beugels klem je vervolgens om de pijp; ze houden hem op zijn plek zonder hem te knijpen.
Stap 5: Verbind de pijpdelen. Schuif de pijpsecties in elkaar via de verbindingsmouwen. Bij pvc-pijpen gebruik je vaak een schuifverbinding zonder lijm, zodat de pijp bij temperatuurwisselingen iets kan uitzetten. Lijm alleen als de fabrikant dat aangeeft.
Stap 6: Sluit de onderkant aan. Onderaan kies je voor een standpijp die het water naar een regenton, infiltratiekrat of het riool leidt. Gebruik bij aansluiting op het riool een stankafsluiter om terugstroom van rioolgassen te voorkomen. Loopt het water op het maaiveld uit, gebruik dan een S-bocht of uitloopstuk dat het water van de muur afleidt.
Veelgemaakte fouten
De meest voorkomende fout is dat de dakgoot niet genoeg helling heeft naar de uitlaat. Daardoor blijft water staan en kun je in de winter problemen krijgen met bevriezing. Een tweede valkuil is te weinig beugels gebruiken: de pijp gaat dan hangen, wat verbindingen kan losduwen. Gebruik bij pijpen van meer dan 2 meter altijd een extra beugel halverwege.
Let ook op de vrije ruimte bij de begane grond. Als de regenpijp te dicht bij een deur of raam uitkomt, kan opspattend regenwater voor vochtige kozijnen zorgen. Plan de uitlaat iets opzij als dat mogelijk is.
Welk materiaal kies je?
Pvc is de meest gebruikte keuze voor regenpijpen: licht, goedkoop en eenvoudig te monteren. Aluminium is wat robuuster en ziet er strakker uit, maar vraagt iets meer gereedschap. Zink wordt minder vaak toegepast en is vooral geschikt voor monumentale panden of bij aansluitingen op een zinken dakgoot. Zorg altijd dat dakgoot en regenpijp van hetzelfde materiaal zijn, of gebruik een compatibele overgang, om galvanische corrosie te voorkomen.
Als de dakgoot goed afwatert en de pijp recht en stevig tegen de muur hangt, heb je de klus goed gedaan. Controleer na de eerste flinke regenbui of er nergens lekt, vooral bij de verbinding tussen uitlaat en dakgoot. Een klein probleem is dan eenvoudig bij te stellen voordat het voor schade aan de gevel zorgt.



