Een infiltratiekrat is een holle, stapelbare kunststof krat die in de grond wordt ingegraven om regenwater op te vangen en langzaam in de bodem te laten zakken. Het is een van de meest gebruikte oplossingen voor waterberging op eigen terrein, zowel bij particulieren als bij bedrijven en gemeenten. In plaats van regenwater direct naar het riool af te voeren, sla je het tijdelijk op en geef je de bodem de kans het zelf te verwerken.
De kratten zijn er in verschillende maten, van compacte varianten van 150 liter tot grote eenheden van 1.300 liter of meer. Je combineert ze naar behoefte, zodat de totale capaciteit precies aansluit op het dakoppervlak of de verharde oppervlakte die je wilt afkoppelen van het riool.
Hoe werkt een infiltratiekrat?
Het werkingsprincipe is eenvoudig. Regenwater van een dak, een oprit of een ander verhard oppervlak stroomt via een regenpijp of goot naar het ingegraven systeem. De kratten vormen samen een holle ruimte in de grond. Dankzij een omhulling van geotextiel (een waterdoorlatend doek) sijpelt het water traag door de bodem weg, terwijl grond en vuil buiten het systeem worden gehouden.
Bij een korte, hevige regenbui vult het systeem zich snel. In de uren daarna stroomt het water geleidelijk de bodem in. Zolang de bodem voldoende doorlatend is, werkt dit goed. Op kleigrond of in gebieden met een hoge grondwaterstand is infiltratie minder effectief; daar is een combinatie met een afvoer of een overloopvoorziening verstandiger.
Waar gebruik je infiltratiekratten voor?
De meest voorkomende toepassing is het afkoppelen van het dak van een woning van het gemeenteriool. Veel gemeenten stimuleren dit actief, soms met een subsidie, omdat het de riolering ontlast bij piekbuien. Andere veelvoorkomende situaties zijn:
- Opvang van regenwater van een garage of schuur
- Waterberging onder een oprit of terras
- Infiltratie op bedrijfsterreinen en parkeerplaatsen
- Tijdelijke waterberging bij nieuwbouwprojecten
Je kunt de infiltratiekratten ook combineren met een regenwaterput. Het eerste deel van het water vul je dan een put voor hergebruik (tuin besproeien, toilet doorspoelen), en het overschot stroomt door naar de kratten voor infiltratie.
Maatvoering en capaciteit berekenen
De benodigde inhoud hangt af van het dakoppervlak en de hoeveelheid neerslag die je wilt kunnen opvangen. Een vuistregel: per vierkante meter dakoppervlak reken je op een berging van 25 tot 50 liter bij een piekbui van korte duur. Een huis met 60 m² dakoppervlak heeft dan een buffer van 1.500 tot 3.000 liter nodig als je serieus wilt afkoppelen.
Kratten van 300 liter zijn populair voor woningbouw omdat ze goed te hanteren zijn en eenvoudig te combineren. Grotere eenheden (600 tot 1.300 liter) worden vaker toegepast bij commerciële projecten, waar ook de graafmachines aanwezig zijn om ze in te graven.
Installatie: de belangrijkste stappen
Het ingraven van een infiltratiesysteem vraagt om wat voorbereiding, maar is goed zelf te doen als je handig bent met een minikraan of spit. De globale stappen zijn:
- Bepaal de locatie: minimaal 2 meter van de fundering van het huis en buiten de wortelzone van bomen.
- Graaf een put van voldoende diepte en breedte, rekening houdend met een zandbed van 10 tot 20 cm onder de kratten.
- Leg geotextiel in de kuil zodat het systeem volledig is omhuld.
- Stapel de kratten, sluit de aanvoerleiding aan en leg de overloopbuis aan naar het riool of een sloot.
- Sla het geotextiel over de bovenkant van de kratten en vul de kuil met grond of zand.
Een overloopvoorziening is bijna altijd verstandig, ook als de bodem goed doorlatend is. Bij een extreme regenbui of na een natte periode kan de bodem verzadigd zijn. Zonder overloop stijgt het water dan terug omhoog.
Valkuilen en wanneer een infiltratiekrat minder geschikt is
Infiltratiekratten werken alleen goed als de bodem het water ook daadwerkelijk kan verwerken. Op zware kleigrond is de doorlatendheid zo laag dat het systeem nauwelijks leegloopt. Doe bij twijfel een eenvoudige zaktest: graaf een gat van 30 cm diep, vul het met water en kijk hoeveel centimeter het waterpeil per uur daalt. Daalt het minder dan 2 cm per uur, dan is zuivere infiltratie waarschijnlijk niet genoeg.
Een andere valkuil is een te kleine berging. Veel mensen berekenen het volume op basis van een gemiddelde bui, terwijl een piekbui van 40 tot 50 mm per uur (wat in Nederland steeds vaker voorkomt) veel meer aanvoert. Reken ruim, zeker als je het systeem ook in de winter wilt laten functioneren.
Let ook op de diepte van het grondwater. Als de bodem op 80 cm al nat is, heeft het weinig zin om de kratten op 60 cm diepte te leggen. In dat geval is een wadi (een greppel die water tijdelijk vasthoudt aan het oppervlak) soms een betere keuze.
Een infiltratiekrat is een praktische, langdurige oplossing als de bodemomstandigheden het toelaten. Zorg voor een goede berekening van de benodigde inhoud, plan altijd een overloop in en controleer de doorlatendheid van de bodem voordat je begint. Dan heb je er jarenlang profijt van.



