Infiltratiekrat installeren: zo doe je het stap voor stap

Een infiltratiekrat installeren doe je door een gat te graven, de kratten in te pakken met waterdoorlatend doek, ze in het gat te plaatsen en de regenpijp erop aan te sluiten. Zo vang je regenwater op onder de grond en laat je het langzaam wegzakken in de bodem, in plaats van het af te voeren naar het riool. Hieronder vind je het volledige stappenplan.

Wat je nodig hebt voordat je begint

Controleer eerst of jouw bodem geschikt is. Infiltratiekratten werken alleen goed in zandige of half-doorlatende grond. Kleigrond laat water nauwelijks door, waardoor de kratten vol blijven staan. Een eenvoudige test: graaf een gat van 30 centimeter diep, vul het met water en kijk of het binnen een uur verdwenen is. Is dat het geval, dan is jouw bodem geschikt.

Verder heb je nodig: infiltratiekratten (de hoeveelheid hangt af van het dakoppervlak dat je afkoppelt), waterdoorlatend geweven doek (filterdoek), een overloopbuis en de materialen om de regenpijp te koppelen. Voor een gewoon woonhuis met een dakoppervlak van 50 tot 70 vierkante meter zijn naar schatting vier tot acht kratten van elk 300 liter (samen zo’n 1200 tot 2400 liter) een gangbare keuze in 2025. Controleer dit altijd met de maatvoering van de kratten die je koopt.

Infiltratiekrat installeren: het stappenplan

1. Bepaal de locatie. Kies een plek in de tuin op minimaal 2 meter van de fundering van je huis en minimaal 1 meter van de perceelsgrens. Zorg dat de locatie bereikbaar is voor de regenpijp.

2. Graaf het gat. Maak het gat iets groter dan de kratten, aan alle kanten zo’n 20 tot 30 centimeter extra ruimte. De diepte hangt af van de hoogte van je kratten plus een laag zand van 10 centimeter aan de onderkant. Leg die zandlaag aan als bodem; dat helpt het water gelijkmatig te verdelen.

3. Bereid de kratten voor. Wikkel de kratten volledig in het filterdoek voor je ze in het gat legt. Het doek houdt zand en fijne deeltjes buiten de krat, zodat die niet dichtslibt. Gebruik voldoende overlap bij de naden; zo’n 20 tot 30 centimeter overlapt is netjes. Sluit het doek helemaal af rondom de kratten, ook aan de bovenkant.

4. Leg de kratten in het gat. Zet de kratten op de zandlaag. Meerdere kratten kun je naast of op elkaar plaatsen, afhankelijk van het model. Controleer of ze waterpas staan. Vul daarna de zijkanten op met de uitgegraven grond of met grof zand.

5. Leg een overloopbuis aan. Sluit aan de bovenkant een overloopbuis aan die het water afvoert naar het riool als de kratten vol zijn bij hevige regen. De uitmonding van deze buis moet hoger liggen dan de maximale vulhoogte van de kratten, maar lager dan het maaiveld. Zo voorkom je dat water terugloopt richting je huis.

6. Koppel de regenpijp af. Zaag de regenpijp door op de gewenste hoogte en sluit een leiding aan die het water naar de kratten leidt. Gebruik hiervoor PVC-buis met een lichte helling (minimaal 1 centimeter per meter) richting de kratten, zodat het water vanzelf wegstroomt. Zorg dat de aansluiting op de krat goed waterdicht is.

7. Dek het gat af en herstel de tuin. Leg het filterdoek over de bovenkant van de kratten en dek alles af met grond. Je kunt er gras, tegels of een border op aanleggen. Vermijd zwaar materiaal (zoals dikke betontegels of een schuur) direct boven de kratten; dat kan de kratten beschadigen.

Veelgemaakte fouten bij het installeren

Een gretige veelgemaakte fout is het weglaten van het filterdoek. Zonder doek slibt een krat in de loop der jaren dicht met fijn zand, en dan werkt het systeem niet meer. Ook vergeten mensen regelmatig de overloopbuis, waardoor bij een flinke regenbui water langs de fundering omhoogkomt.

Let ook op de helling van de aanvoerleiding. Een leiding die te vlak ligt of zelfs licht omhooggaat, zorgt ervoor dat water blijft staan en niet goed doorstroomt. Controleer de helling met een waterpas tijdens het aanleggen.

Onderhoud na de installatie

Infiltratiekratten vragen weinig onderhoud als ze goed zijn aangelegd. Controleer jaarlijks of het systeem nog goed doorstroomt door bij droog weer de regenpijp even te bekijken en water toe te voegen. Verwijder bladeren en vuil uit de regenpijpkop boven het systeem, want dat is de plek die het snelst dichtslibt. Bij een goed werkend systeem verdwijnt het regenwater na een bui binnen een dag of twee volledig in de bodem.

Na de installatie heb je in veel gemeenten recht op een subsidie voor het afkoppelen van regenwater. Check de website van jouw gemeente, want de regels en bedragen verschillen per gemeente en per jaar.

Scroll naar boven