De meest gebruikte diameter voor een regenpijp in Nederland is 80 mm. Dat is de standaardmaat die past bij de gangbare dakgootuitlopen van 80 mm. Toch zijn er situaties waarin een andere diameter beter of noodzakelijk is. Welke maat jij nodig hebt, hangt af van een paar concrete factoren die je eenvoudig kunt controleren.
Gangbare diameters voor regenpijpen
Regenpijpen zijn verkrijgbaar in verschillende standaardmaten. De meest voorkomende diameters zijn 70 mm, 80 mm en 100 mm. In de praktijk is 80 mm veruit het meest toegepast bij gewone woningen. Grotere pijpen van 100 mm kom je vaker tegen bij platte daken, bedrijfspanden of gebouwen met een groot dakoppervlak dat veel regenwater afvoert. Kleinere maten zoals 60 of 70 mm zijn minder gangbaar en worden nog wel eens gevonden bij oudere woningen.
Bij vierkante of rechthoekige regenpijpen gelden vergelijkbare maatvoeringen, maar dan uitgedrukt in breedte bij hoogte, zoals 60×40 mm of 80×55 mm. Deze vormen zijn populair bij zinken of koperen dakgootsystemen waarbij een strakke uitstraling gewenst is.
Bepaal de juiste diameter van je regenpijp
Ben je een bestaande regenpijp aan het vervangen, dan is de beslissing eenvoudig: de diameter van de nieuwe pijp wordt bepaald door de uitloop van de dakgoot. Die uitloop heeft een vaste maat, en de regenpijp moet daarop aansluiten. Meet de binnenmaat van de uitloop om zeker te zijn. In verreweg de meeste gevallen kom je uit op 80 mm.
Leg je een volledig nieuw systeem aan, dan moet je rekening houden met het dakoppervlak dat wordt afgevoerd. Als vuistregel geldt: hoe groter het dakoppervlak, hoe groter de benodigde afvoercapaciteit van de pijp. Een ronde pijp van 80 mm verwerkt al een aanzienlijk dakoppervlak prima. Pas bij grotere daken of bij weinig afschot in de goot is een diameter van 100 mm aan te raden.
Materiaalkeuze en de invloed op de maat
De diameter van een regenpijp staat los van het materiaal, maar het materiaal bepaalt wel de beschikbare maten in de praktijk. PVC-regenpijpen zijn breed verkrijgbaar in 80 mm en 100 mm. Zinken pijpen volgen vergelijkbare standaardmaten, maar worden ook in iets andere afmetingen gemaakt, afhankelijk van de leverancier. Bij koper is de keuze beperkter en wordt vaker maatwerk geleverd.
Let bij vervanging altijd op of de buitenmaat van de nieuwe pijp ook past in de bestaande pijpklemmen aan de muur. Niet elke 80 mm-pijp heeft dezelfde buitenmaat, zeker niet als je van materiaal wisselt. Neem bij twijfel de oude pijp of een klem mee als vergelijking.
Veelgemaakte fout bij het kiezen van de diameter
Een veelgemaakte fout is kiezen voor een te kleine regenpijp “omdat die er toch al zat”. Bij een renovatie is het verstandig om te controleren of het huidige systeem eigenlijk wel voldoende afvoert. Tekenen van ondercapaciteit zijn overlopende goten bij zware buien en water dat over de rand gutst in plaats van door de pijp te stromen. In dat geval is een grotere diameter, of een extra regenpijp, een betere oplossing dan simpelweg hetzelfde herhalen.
Andersom is een te grote pijp ook niet wenselijk. Bij weinig regenwater stroomt de pijp nooit vol, waardoor vuil en bladeren niet goed worden afgevoerd en eerder ophopen. De standaardmaat van 80 mm is voor de meeste woningen dan ook de juiste keuze om precies die reden.
Kort samengevat: meet bij vervanging de uitloop van je dakgoot op (meestal 80 mm), sluit daar de nieuwe pijp op aan en controleer of de klemmen passen. Leg je een nieuw systeem aan, dan bepaalt het dakoppervlak de benodigde maat. In negen van de tien gevallen kom je uit op 80 mm, en dat is geen toeval.



