Wanneer bodembedekkers planten? Het juiste moment en waar je op moet letten

Bodembedekkers plant je het beste in het voorjaar of het vroege najaar. In die periodes zijn de omstandigheden het gunstigst: de bodem is warm genoeg voor beworteling, er is voldoende vocht en de planten hebben tijd om zich te vestigen voor de extreme hitte van de zomer of de vorst van de winter. Kies je het verkeerde moment, dan is de kans op uitval een stuk groter.

Voorjaar: de populairste periode voor het planten van bodembedekkers

Het voorjaar, ruwweg van half maart tot eind mei, is de meest gebruikte periode om bodembedekkers te planten. De bodem begint dan op te warmen na de winter, waardoor wortels snel grip krijgen en de plant goed aanslaat. Tegelijk is er in het voorjaar meestal voldoende neerslag, wat het aangieten minder arbeidsintensief maakt.

Een praktisch voordeel: je ziet in het voorjaar meteen resultaat. De planten beginnen direct te groeien en sluiten de bodem al in de loop van het eerste groeiseizoen voor een groot deel af. Dat is fijn als je snel een dichte mat wil die onkruid onderdrukt.

Let op bij laat voorjaar planten, dus vanaf mei. Als de temperaturen snel oplopen en er weinig regen valt, droog je nieuw geplante bodembedekkers al snel uit. Geef ze in dat geval de eerste weken regelmatig water, zeker de eerste zes tot acht weken na het planten.

Vroeg najaar: een goed alternatief dat veel tuiniers onderschatten

Het vroege najaar, van augustus tot oktober, is een prima tweede keuze en wordt door ervaren tuiniers vaak net zo gewaardeerd als het voorjaar. De bodem is dan nog warm van de zomer, terwijl de temperaturen overdag al wat aangenamer zijn. Die combinatie is ideaal voor beworteling: de plant hoeft minder energie te steken in haar bladeren en kan zich concentreren op het ontwikkelen van een goed wortelstelsel.

Een extra voordeel van najaarsbeplanting is dat de planten in de winter al een vliegende start hebben gemaakt. Zodra het voorjaar aanbreekt, groeien ze meteen door. Je bent daarmee eerder klaar met de tuin en hebt minder last van onkruid in het vroege seizoen.

Plant je in het najaar, doe dat dan uiterlijk begin oktober. Daarna wordt de kans groter dat de wortels te weinig tijd hebben om zich te vestigen voor de eerste nachtvorst. Jonge, pas geplante bodembedekkers zijn gevoeliger voor vorst dan gevestigde exemplaren.

Wanneer bodembedekkers planten is geen goed idee

Er zijn twee periodes waarbij je beter wacht. De eerste is de volle zomer, van juni tot augustus. Bij aanhoudende hitte en droogte is de uitdaging te groot voor net geplante bodembedekkers. Ze hebben dan voortdurend water nodig, en zelf de sterkste soorten kunnen wegvallen bij een hittegolf vlak na het planten.

De tweede periode om te vermijden is de winter, van november tot half maart. De bodem is dan te koud voor wortelgroei. Zelfs als de plant de winter overleeft, groeit ze nauwelijks totdat de bodem in het voorjaar opwarmt. Planten in bevroren of kletsnatte grond beschadigt ook de bodemstructuur.

Praktische tips voor een goede start

  • Bereid de bodem voor door onkruid te verwijderen en eventueel wat compost door de grond te werken. Bodembedekkers doen het beter op een luchtige, voedzame bodem.
  • Plant niet te krap. Geef elke plant genoeg ruimte om uit te lopen. Hoe dicht je plant hangt af van de soort, maar reken voor de meeste soorten op 30 tot 50 centimeter tussenruimte.
  • Water geven na het planten is altijd verstandig, ook als de grond al vochtig aanvoelt. Dit zorgt dat de wortels goed in contact komen met de omliggende grond.
  • Mulch een laagje van 3 tot 5 centimeter rondom de planten. Dat houdt vocht vast, remt onkruid en beschermt de wortels in de zomer tegen uitdroging en in de winter tegen vorst.

Het goede nieuws: bodembedekkers zijn over het algemeen taaie planten die weinig onderhoud vragen zodra ze eenmaal zijn aangeslagen. De moeite zit hem vooral in de start. Kies je het juiste plantmoment en bereid de bodem goed voor, dan heb je er daarna weinig omkijken naar.

Scroll naar boven