Bodembedekkers voor volle zon: de beste soorten op een rij

Voor een zonnige plek in de tuin zijn er gelukkig volop bodembedekkers die goed gedijen in de zon. De beste keuzes zijn planten als kruipende rozemarijn, tijm, Euonymus fortunei en cotoneaster: ze verdragen volle zon, houden onkruid tegen en vragen weinig onderhoud. Welke soort het best past, hangt af van de grondsoort, het gewenste uiterlijk en of je bloei of bladkleur wilt.

Waarom bodembedekkers in de zon een aparte keuze vragen

Niet elke bodembedekker houdt van felle zon. Veel populaire soorten, zoals klimop of sommige varens, groeien het best in de schaduw. In een zonnige border of op een droge helling heb je planten nodig die hitte en droogte aankunnen zodra ze eenmaal ingeworteld zijn. Kies je de verkeerde soort, dan verbrandt het blad of groeit de plant gewoon niet aan. De soorten hieronder zijn specifiek geschikt voor zonnige plekken.

De beste bodembedekkers voor volle zon

Rosmarinus officinalis ‘Prostratus’ (kruipende rozemarijn) is een van de meest robuuste keuzes voor zonnige, droge plekken. Deze liggende variant van rozemarijn wordt zo’n 30 tot 50 cm hoog en verspreidt zich breed. Hij bloeit lichtblauw, ruikt heerlijk en is zelfs te gebruiken in de keuken. Ideaal voor hellingen, rotsborders en stenen perken. Let op: hij is niet volledig winterhard bij strenge vorst.

Thymus serpyllum (kruiptijm) vormt een dicht tapijt van maar een paar centimeter hoog. Hij bloeit in de zomer roze tot paars en trekt veel bijen en vlinders. Tijm groeit goed op arme, droge grond en heeft bijna geen verzorging nodig. Een perfecte keuze tussen klinkers, op een droge helling of langs een pad. Ook hier geldt: liever te weinig water dan te veel.

Euonymus fortunei ‘Harlequin’ is een wintergroene struik met witbonte blaadjes. Hij groeit laag en breed en verdraagt ook droogte goed zodra hij geworteld is. Handig voor een kleuraccent het hele jaar door, ook in de winter als veel andere planten kaal zijn.

Cotoneaster dammeri is een andere betrouwbare keuze. Deze lage, kruipende struik heeft kleine witte bloemetjes in het voorjaar, gevolgd door rode besjes in de herfst. Hij groeit vlot, dekt grote oppervlakken af en houdt onkruid goed bij. Geschikt voor vrijwel iedere grondsoort, ook op arme of droge grond.

Sedum (vetplant) is onklopbaar op extreem droge, zonnige plekken zoals groene daken, muren of droge grindborders. Veel soorten vormen een laag tapijt van maximaal 10 tot 15 cm hoog en bloeien in geel, roze of rood. Ze slaan water op in hun bladeren en hebben zo goed als geen extra irrigatie nodig.

Helianthemum (zonneroosje) bloeit uitbundig in de zomer in oranje, rood, geel of wit. Het is een kleine heester van zo’n 20 tot 30 cm hoog, perfect voor rotstuinen en zonnige hellingen. Na de bloei even terugknippen zorgt voor een tweede bloeironde.

Hypericum calycinum (Sint-Janskruid) is iets groter, tot ongeveer 30 cm, en heeft opvallend grote gele bloemen. Hij verdraagt niet alleen zon maar ook halfschaduw en droge periodes. Goed voor grote oppervlakten die snel dichtgegroeid moeten zijn.

Ajuga reptans (kruipend zenegroen) wordt vaak als schaduwplant gezien, maar verdraagt ook een zonnige plek zolang de grond niet te droog is. De donkere, glanzende blaadjes en blauwe bloemaren in het voorjaar geven een mooie kleurcontrast.

Festuca glauca (blauw zwenkgras) is een laag siergras met opvallende blauwgrijze kleur. Het vormt losse polletjes van 20 tot 30 cm en past goed in een moderne of droge tuin. Geen echte bodembedekker in de klassieke zin, maar in grotere groepen geplant dekt het de grond prima en scoort het hoog op onderhoudsgemak.

Praktische tips voor aanplant op een zonnige plek

Plant bodembedekkers voor de zon het liefst in het voorjaar of de vroege herfst, zodat ze voor de hete zomer of de droge periode kunnen aanslaan. Water geven in de eerste zomer is belangrijk, ook bij droogtetolerante soorten: ze moeten eerst goed wortelen voor ze echt zelfstandig zijn.

Op droge of arme grond hoef je weinig te bemesten. Te veel voeding geeft een weelderige maar slappe groei die minder goed tegen droogte kan. Voeg bij het planten eventueel wat compost toe om de grond wat te verbeteren, maar ga niet overboord.

Plant op voldoende afstand zodat de planten de ruimte krijgen om zich te spreiden. Voor de meeste soorten is 30 tot 50 cm tussenruimte een goed uitgangspunt. In het begin kun je onkruid tegengaan met een laag boomschors of grind tussen de planten.

Wil je snel resultaat, kies dan voor cotoneaster of Hypericum calycinum: beide groeien snel en sluiten het oppervlak relatief snel af. Voor kleine oppervlakten of gedetailleerde beplanting zijn tijm en sedum preciezere keuzes die het oog ook in de winter blijven trekken.

Scroll naar boven