Bodembedekkers planten: zo doe je het goed

Bodembedekkers planten doe je het best in voor- of najaar, als de grond vochtig en niet bevroren is. Dit zijn laagblijvende planten die breed uitgroeien en zo de bodem afdekken. Doordat ze de grond bedekken, krijgt onkruid nauwelijks kans om te kiemen. Dat scheelt je veel werk in de tuin.

Of je nu een schaduwrijke hoek wilt beplanten, een helling wilt begroeien of een border wilt afwerken: voor vrijwel elke situatie is er een geschikte bodembedekker. Hieronder lees je precies hoe je ze plant en wat je daarna moet doen.

De beste tijd om bodembedekkers te planten

De ideale planttijd is september tot november of maart tot mei. In die periodes is de bodem nog warm genoeg voor wortelgroei, maar is er voldoende vocht. Planten die je in de herfst zet, hebben vóór de zomer al een flink wortelstelsel opgebouwd. In de zomer planten kan, maar dan moet je de eerste weken flink water geven.

Vorst is de grote valkuil. Plant nooit in bevroren grond, want de wortels kunnen zich dan niet goed vestigen. Wacht bij een nachtvorstverwachting liever een week.

Stap voor stap bodembedekkers planten

Een goede voorbereiding maakt het verschil. Volg deze stappen:

  • Stap 1: onkruid verwijderen. Verwijder alle onkruid, inclusief de wortels. Dit is de belangrijkste stap. Bodembedekkers onderdrukken nieuw onkruid, maar ze overwoekeren niet wat er al staat.
  • Stap 2: grond losmaken. Spit de grond ongeveer 20 tot 30 cm diep om. Werk bij zware kleigrond wat zand of compost door de grond voor een betere structuur.
  • Stap 3: compost toevoegen. Werk een laag rijpe compost of tuinaarde door de bovenste grondlaag. Dit geeft de planten een goede start.
  • Stap 4: plantafstand bepalen. Houd de aanbevolen plantafstand aan (zie het etiket of de plattegrond). Te dicht planten kan, maar is duurder. Te ver uit elkaar planten betekent dat onkruid nog jaren kans heeft tussen de planten door te groeien.
  • Stap 5: een plantgat maken. Maak een gat dat minstens zo groot is als de kluit. Zet de plant op dezelfde diepte als in de pot, nooit dieper.
  • Stap 6: aandrukken en water geven. Druk de grond stevig aan rondom de plant zodat er geen luchtgaten overblijven. Geef daarna flink water, ook als de grond al vochtig aanvoelt.

Hoeveel planten heb je nodig?

Dit hangt af van de soort en de gewenste bedekking. Een vuistregel: deel de oppervlakte in vierkante centimeters door de aanbevolen plantafstand in vierkante centimeters. Praktischer: voor een vak van 1 bij 1 meter heb je bij een plantafstand van 30 cm (9 planten per m²) en bij 40 cm (6 à 7 planten per m²) nodig. Let op het etiket van de specifieke soort, want dit verschilt flink.

Wil je snel resultaat? Kies dan voor een kleinere plantafstand. Gaat het je meer om kosten besparen? Plant wat verder uit elkaar en gebruik de eerste jaren wat mulch tussen de planten om onkruid te onderdrukken.

Mulch gebruiken na het planten

Breng na het planten een laag mulch aan van 5 tot 7 cm dik, bijvoorbeeld boomschors of houtsnippers. Mulch houdt vocht vast, remt onkruidsgroei en geeft de bodembedekkers de tijd om te sluiten zonder dat onkruid tussentijds de overhand neemt. Hou de mulch een paar centimeter van de stengelvoet vandaan om rotting te voorkomen.

Verzorging na het planten van bodembedekkers

In het eerste jaar is water geven het belangrijkste. Bodembedekkers zijn dan nog bezig met wortelen en kunnen droogte slecht verdragen. Geef ze in droge periodes twee à drie keer per week een flinke beurt, liever dan elke dag een klein scheutje. Na het eerste jaar zijn de meeste soorten veel zelfstandiger en hebben ze weinig aandacht meer nodig.

Snoeien is bij de meeste soorten minimaal. Sommige bodembedekkers, zoals klimop of cotoneaster, kun je in het voorjaar insnoeien als ze te ver uitlopen. Een beetje terugknippenhoudt ze compact en stimuleert nieuwe groei. Meststof is zelden nodig als je bij het planten al compost hebt gebruikt. Een lichte bemesting in het voorjaar met een langzaamwerkende meststof is voldoende voor de meeste soorten.

Veelgemaakte fouten bij het planten van bodembedekkers

De meest voorkomende fout is onkruid niet grondig verwijderen voor het planten. Zodra de bodembedekkers dicht gegroeid zijn, kom je er nauwelijks meer bij. Wortelonkruid zoals kweekgras of brandnetel verwijder je het best voor je begint, anders blijft het een terugkerend probleem.

Een tweede valkuil is te diep planten. De wortelhals, het punt waar stam en wortels samenkomen, hoort op grondniveau te zitten. Dieper zetten leidt bij veel soorten tot rotting. En tot slot: te weinig water in het eerste groeiseizoen is de snelste manier om nieuw aangeplante bodembedekkers te verliezen.

Bodembedekkers planten is geen ingewikkelde klus, maar vraagt wel om een goede voorbereiding. Wie de grond goed aanpakt, de juiste plantafstand aanhoudt en het eerste jaar genoeg water geeft, heeft daarna jarenlang plezier van een lage-onderhoudstuin die zichzelf grotendeels redde.

Scroll naar boven