Een regenton aansluiten doe je door de regenpijp van je woning te onderbreken en een aftakking te maken die het regenwater naar de ton leidt. Dit is in de meeste gevallen een klusje van een uur, zonder speciale gereedschappen. Hieronder lees je precies hoe je te werk gaat.
Wat heb je nodig?
Voordat je begint, zorg je dat je het volgende bij de hand hebt:
- Een regenton (minimaal 200 liter is praktisch; grotere modellen van 300 tot 500 liter zijn populairder)
- Een regenpijpfilter of verdeelstuk (ook wel overloopset of regenpijpinvoer genoemd)
- Een stuk flexibele slang of pvc-buis om de ton te verbinden met het verdeelstuk
- Een zaag of pijpsnijder passend bij het materiaal van je regenpijp
- Eventueel kit of klemmen voor een waterdichte verbinding
Het verdeelstuk is het sleutelonderdeel. Dit ding vang je het regenwater op en leidt het naar de ton. Zodra de ton vol is, stuurt het automatisch het overschot terug naar de regenpijp. Zo loopt je tuin niet onder water.
Regenton aansluiten: stap voor stap
Stap 1: Kies de juiste plek. Zet de ton direct naast een regenpijp, bij voorkeur aan de schaduwzijde van je huis. Water in de zon warmt snel op en kan algen aantrekken. Zorg dat de ton stabiel staat, bij voorkeur op een stevig fundament of een betonnen tegel, zodat hij ook vol niet omvalt.
Stap 2: Bepaal de hoogte van de aftakking. Het verdeelstuk moet hoger zitten dan de bovenkant van de regenton, zodat het water er vanzelf ingloopt. Meet de hoogte van de ton en houd daar rekening mee bij het aanmarkeren van de zaagplek op de regenpijp.
Stap 3: Zaag de regenpijp door. Markeer de plek waar het verdeelstuk moet komen en zaag een stuk uit de regenpijp. Hoe lang dat stuk is, hangt af van het model verdeelstuk dat je hebt. Lees de verpakking goed: dit verschilt per merk.
Stap 4: Plaats het verdeelstuk. Schuif het verdeelstuk in de regenpijp. De meeste modellen klik je of schroef je vast. Controleer of de overloopuitlaat van het verdeelstuk naar beneden wijst, zodat het water bij een volle ton gewoon verder loopt via de pijp.
Stap 5: Sluit de slang aan op de ton. Verbind het verdeelstuk met de ton via de bijgeleverde slang. Bovenaan de ton zit meestal al een opening voor de toevoer. Sluit deze slang goed aan zodat er geen water naast de ton loopt.
Stap 6: Sluit de aftapkraan aan. Vrijwel alle regentonnen hebben onderaan een kraan. Zorg dat je hier een slang of gieter op kunt aansluiten. Wil je de ton verhogen voor meer waterdruk? Zet hem dan op een plateau of stenen sokkel van 30 tot 50 centimeter hoog.
Veelgemaakte fouten bij het aansluiten
Een veelgemaakte fout is het weglaten van een filter. Regenwater brengt bladeren, mos en vuil mee vanuit de goot. Zonder filter raakt je ton snel verstopt en gaat het water stinken. Gebruik een fijnmazig filter op de invoer van de ton of kies een verdeelstuk met ingebouwd filter.
Een andere valkuil is een te korte overloopslang. Als de ton vol raakt en het water nergens naartoe kan, loopt het over de grond rond je fundering. Zorg dat de overloop terugkoppelt naar de regenpijp of naar een afvoerpunt dat wegloopt van het huis.
Let ook op de aansluiting op pvc-regenpijpen versus gietijzeren of aluminium pijpen. Verdeelstukken zijn vaak ontworpen voor standaard pvc-diameters (80 mm of 100 mm). Meet de buitendiameter van je pijp voor je een verdeelstuk koopt.
Onderhoud na het aansluiten
Spoel de ton aan het begin van het tuinseizoen door. Zet de kraan open en laat het oude water eruit lopen. Controleer of het filter vrij is van blad en vuil. In de herfst, als je de ton wil leeghalen, zet je de toevoerslang van het verdeelstuk dicht of haal je de ton tijdelijk weg. Een volle ton die bevriest kan scheuren.
Een regenton aansluiten is een van de makkelijkste manieren om waterverbruik in de tuin te verlagen. Met een goed geplaatst verdeelstuk en een filter op de invoer werkt het systeem jarenlang vrijwel zonder gedoe.



