Bodembedekkers zijn laagblijvende planten die breed uitgroeien en zo een groot deel van de grond afdekken. Ze houden onkruid tegen, houden vocht vast in de bodem en geven de tuin een verzorgde uitstraling, ook op plekken waar weinig anders wil groeien. Of je nu een schaduwrijke hoek, een droge helling of een grote lege plek wilt beplanten: er is bijna altijd een bodembedekker die past.
Dit artikel helpt je kiezen welke bodembedekkers goed werken in welke situatie, en waar je op moet letten bij de aanplant.
Hoe werken bodembedekkers?
Bodembedekkers groeien horizontaal uit, soms met uitlopers of door dichte bladmassa, waardoor de grond eronder nauwelijks licht bereikt. Zonder licht kiemen de meeste onkruidzaden niet, of onkruid dat al opkomt wordt weggeconcurreerd. Dat maakt bodembedekkers een praktisch alternatief voor wieden, mulchen of het leggen van worteldoek.
Daarnaast beschermen ze de bodem tegen uitdroging en erosie. Op een helling of bij zandige grond houden wortels de bodem bij elkaar. In de zomer verkleint het bladerdek de verdamping, zodat je minder hoeft te bewateren.
Populaire bodembedekkers per situatie
De juiste keuze hangt af van de lichtomstandigheden, de bodemsoort en hoeveel ruimte je hebt. Hieronder de meest gebruikte soorten per omstandigheid.
Schaduw en halfschaduw:
- Vinca minor (kleine maagdenpalm): groenblijvend, bloeit paars of wit in het voorjaar, zeer robuust en makkelijk. Groeit goed onder bomen.
- Ajuga reptans (kruipend zenegroen): vormt een dicht tapijt met blauwe bloemen in mei. Houdt van vochtige, humusrijke grond.
- Pachysandra terminalis: groenblijvend, doet het goed onder naaldbomen waar weinig anders wil groeien.
- Lamium maculatum (gevlekte dovenetel): snel groeiend, bloeit roze of wit, verdraagt droge schaduw goed.
Zon en droge plekken:
- Sedum (vetkruid): ideaal op droge, zonnige plekken of groene daken. Bijna onderhoudsloos en geliefd bij bijen.
- Thymus serpyllum (wilde tijm): vormt een kruipend tapijt met roze bloemen, geurig en insectenvriendelijk.
- Geranium macrorrhizum: verdraagt zowel zon als halfschaduw, bloeit roze en heeft een aangename geur.
Hellingen en erosiegevoelige plekken:
- Cotoneaster dammeri: een lage heester die zich langs de grond verspreidt, met rode bessen in de herfst. Stevige wortels die de grond goed vasthouden.
- Hedera helix (klimop): snel en krachtig, houdt van schaduw en droogte. Let op: klimop kan in kleine tuinen te agressief worden.
Wanneer zijn bodembedekkers juist niet de beste keuze?
Bodembedekkers zijn niet altijd de oplossing. Op een plek waar je regelmatig wilt wisselen van beplanting, passen ze slecht: veel soorten groeien sterk uit en zijn lastig te verwijderen zodra ze gevestigd zijn. Klimop en vinca kunnen in een kleine tuin snel overheersen en verdringen andere planten.
Ook op zwaar verdichte of extreem natte grond starten bodembedekkers moeizaam. In dat geval is het verstandiger om eerst de bodem te verbeteren voor je aan plant. Sommige soorten, zoals sedum, werken alleen goed op goed doorlatende grond en rotten weg op een natte standplaats.
Aanplanten: zo doe je het goed
Plant bodembedekkers bij voorkeur in het voorjaar of de vroege herfst. Dan is de grond warm genoeg om aan te slaan, maar droogt het nog niet te snel uit. Verwijder eerst grondig alle onkruid, ook de wortels, want eenmaal bedekte grond is lastig te wieden.
De plantafstand verschilt per soort. Als vuistregel geldt: hoe sneller een plant uitlopers maakt, hoe verder je ze uit elkaar plant. Vinca en ajuga kun je op 30 tot 40 cm uit elkaar zetten. Langzamere groeiers zoals pachysandra plant je op 20 tot 25 cm, maar dan duurt het langer voor de grond volledig bedekt is. Mulch je de tussenruimte in het eerste jaar, dan groeit onkruid ondertussen niet welig door de kale grond.
Geef de eerste zomer wat extra water, zeker bij droog weer. Daarna redden de meeste bodembedekkers zichzelf, wat meteen een van de grootste voordelen is.
Onderhoud na aanplant
Als bodembedekkers eenmaal zijn ingegroeid, vragen ze weinig onderhoud. Snoei soorten als vinca of cotoneaster eens per jaar terug als ze te ver uitlopen. Voor klimop geldt hetzelfde. Geranium macrorrhizum kun je na de bloei terugknippen voor een frisse tweede groei.
Bemesting is bij de meeste soorten niet nodig. Op arme grond kun je in het vroege voorjaar een kleine hoeveelheid compost of een langzaamwerkende meststof toevoegen, maar overdrijf niet: te rijke grond stimuleert weelderige groei die een tuin snel rommelig maakt.
Kies een bodembedekker die past bij de grond en het licht in jouw tuin, en je hebt jarenlang weinig omzien naar die plek. Dat maakt bodembedekkers een van de slimste investeringen voor een onderhoudsarme tuin.



