Bodembedekkers zijn een van de effectiefste manieren om katten uit je tuin te weren. Ze groeien uit tot een dicht tapijt van bladeren en stengels, waardoor er weinig open grond overblijft waar een kat graag zou graven of zijn behoefte doen. Sommige soorten hebben bovendien een geur die katten actief afschrikt. Hier lees je welke bodembedekkers het beste werken en hoe je ze slim inzet.
Waarom bodembedekkers helpen tegen katten
Katten zoeken in de tuin plekken met losse, open grond. Ze graven er graag in en gebruiken het als toilet. Een dichte begroeiing rondom struiken, bomen en borders geeft hen weinig ruimte om dit te doen. Bodembedekkers sluiten de grond letterlijk af: de dichte massa van blad en stengels maakt graven lastig en onaantrekkelijk. Katten lopen bovendien liever niet over planten die ruw, stekelig of geurend zijn.
Het voordeel van bodembedekkers ten opzichte van andere methodes, zoals netjes of schrikmatten, is dat ze duurzaam zijn. Je plant ze eenmalig, en ze breiden zichzelf vanzelf uit. Dat scheelt onderhoud en geeft je tuin ook nog eens een verzorgd uiterlijk.
De beste bodembedekkers tegen katten
Niet elke bodembedekker werkt even goed. De meest effectieve soorten combineren een snelle, dichte groei met een onaangename geur of een ruwe textuur voor katten.
- Ooievaarsbek (Geranium macrorrhizum): Dit is een van de beste keuzes. De plant groeit snel uit tot een stevig, dicht tapijt en heeft een scherpe, kruidachtige geur die katten niet prettig vinden. Hij bloeit ook nog eens kleurrijk en is makkelijk te onderhouden. Voor zowel zon als halfschaduw geschikt.
- Wilde aardbeien (Fragaria vesca): Deze plant verspreidt zich snel via uitlopers en bedekt de grond effectief. De stengels en bladeren geven katten weinig houvast om comfortabel te lopen of te graven.
- Klimopvarens en lage varens: Varens groeien dicht op de grond en houden hun structuur ook in de schaduw goed vol. Katten houden er doorgaans niet van om er doorheen te lopen.
- Pachysandra terminalis: Een groenblijvende bodembedekker die ook onder bomen goed groeit. Hij vormt een strak, gesloten tapijt en laat weinig ruimte voor graven.
- Vinca minor (kleine maagdenpalm): Groeit snel, bedekt veel en heeft een stevig bladpakket. Niet giftig voor mensen, maar houd er rekening mee dat deze plant schadelijk is voor honden en katten als ze hem zouden eten.
- Lobelie of Alchemilla mollis (vrouwenmantel): Vrouwenmantel groeit in een brede, bolle vorm en sluit borders goed af. De ruwe, behaarde bladeren zijn voor katten niet aangenaam om op te stappen.
Planten met geur als extra afschrikmiddel
Bodembedekkers die ook een sterke geur afgeven, doen dubbel werk. De Geranium macrorrhizum is hiervan het bekendste voorbeeld. Andere kruiden die je langs de rand van een border kunt inzetten zijn lavendel en rozemarijn. Ze zijn geen klassieke bodembedekkers in de brede zin, maar lage, dichte struikjes van lavendel kunnen goed als rand dienen en katten houden doorgaans niet van de geur.
Coleus canina wordt soms specifiek als “kattenafweerplant” verkocht. De geur die dit plantje afgeeft, wordt door mensen en katten allebei als onaangenaam ervaren. Het werkt het beste als aanvulling op een dichte bodembedekker, niet als vervanging.
Hoe plant je bodembedekkers effectief in?
De truc zit in de plantdichtheid. Als je bodembedekkers te ver uit elkaar plant, duurt het jaren voor de grond goed gesloten is, en biedt de open ruimte ertussen juist een uitnodiging aan katten. Afhankelijk van de soort plant je gemiddeld vijf tot negen planten per vierkante meter bij aanvang. Controleer op de verpakking of vraag bij de tuinwinkel naar de aanbevolen plantafstand voor jouw keuze.
Dek de open grond tussen de planten in het eerste seizoen af met een laag boomschors of houtsnippers van vijf tot zeven centimeter. Dat ontmoedigt katten direct en helpt de bodembedekkers ook nog eens beter aan te slaan door vocht vast te houden.
Plant het liefst in het voor- of najaar. Dan kunnen de wortels rustig groeien zonder hittestress, en is de kans groot dat ze het eerste groeiseizoen al een goede dekking vormen.
Wanneer werken bodembedekkers minder goed?
Bodembedekkers zijn geen garantie. Een kat die een vaste gewoonte heeft in jouw tuin, kan ook over een dichte begroeiing heen stappen om zijn favoriete plekje te bereiken. In dat geval helpt het om de plek zelf ook onaantrekkelijk te maken, bijvoorbeeld met wat grove sierstenen of een laag kiezels erbovenop.
Jonge aanplant biedt ook nog weinig bescherming. In het eerste jaar is de grond nog grotendeels zichtbaar en is extra afscherming verstandig. Denk aan tijdelijke netten of een laag grof mulchmateriaal totdat de planten goed doorgroeien.
Bodembedekkers werken het beste als onderdeel van een bredere aanpak: combineer ze met geurende planten aan de rand van je border en verwijder losse zanderige plekken in de tuin, want die trekken katten sterk aan. Op die manier maak je je tuin stap voor stap minder aantrekkelijk, zonder dat het er rommelig of onwelkom uitziet.



