Kleigrond is van nature vaak zuur, maar dat is niet altijd het geval. De pH van kleigrond ligt doorgaans tussen de 5,5 en 7,5, afhankelijk van de regio en de samenstelling van de bodem. Klei die al lang in gebruik is als tuin of akker kan door regenwater, organisch materiaal en uitspoeling geleidelijk verzuren. Een pH onder de 6,0 geldt voor de meeste tuinplanten als te zuur.
Of jouw kleigrond zuur is, weet je pas zeker na een pH-meting. Kleigrond gedraagt zich anders dan zand of veen: door de fijne deeltjes en het hogere gehalte aan mineralen buffert klei de zuurgraad beter. Dat betekent dat de pH minder snel verandert dan bij zandgrond, maar ook dat bijsturen meer tijd kost.
Waarom kleigrond zuur kan worden
Regenwater is licht zuur (pH rond 5,6) en spoelt basische stoffen zoals calcium langzaam uit de bodem. In een natte omgeving gebeurt dit jaar na jaar, waardoor de pH langzaam daalt. Ook afstervend organisch materiaal, zoals bladeren en wortels, produceert zuren tijdens het afbreken. In tuinen waar weinig kalk wordt toegevoegd en veel organisch materiaal wordt gebruikt, loopt de verzuring sneller op.
Kleigrond in riviergebieden of polders is van nature vaak minder zuur, soms zelfs licht basisch, omdat het klei bevat dat rijk is aan kalk. Kleigrond op hogere, uitgespoelde gronden is gemiddeld zuurder. De herkomst van de klei speelt dus een grote rol.
Hoe je de pH van kleigrond meet
Een pH-meter of pH-testset uit de tuinwinkel geeft snel uitsluitsel. Neem grond van minstens vijf verschillende plekken in je tuin, meng deze en test het mengsel. Zo krijg je een betrouwbaarder beeld dan met één steekproef. Wil je een nauwkeurige analyse, dan kun je een grondmonster opsturen naar een erkend laboratorium. Dat geeft naast de pH ook informatie over voedingsstoffen en organische stof.
- pH lager dan 5,5: te zuur voor de meeste groenten en grassen
- pH tussen 6,0 en 7,0: ideaal voor de meeste tuinplanten
- pH hoger dan 7,5: te basisch, ijzer en mangaan worden minder beschikbaar
Is kleigrond zuur? Wat dat betekent voor je planten
Bij een te lage pH nemen planten minder voedingsstoffen op, ook als die voedingsstoffen in de bodem aanwezig zijn. Stikstof, fosfor en calcium worden bij een zure pH slechter beschikbaar. Tegelijk komen zware metalen zoals aluminium bij lage pH vrij in hogere concentraties, wat giftig kan zijn voor plantwortels. Je ziet dat terug in verkleuring, trage groei of uitval van gevoelige planten.
Sommige planten gedijen juist goed op zure grond. Rododendrons, hortensia’s en bosbessen houden van een lagere pH (4,5 tot 5,5) en zijn minder geschikt voor kleigrond die je wilt neutraliseren. Wil je groenten, gras of de meeste vaste planten telen, dan is een pH tussen 6,0 en 7,0 het meest gunstig.
Kleigrond minder zuur maken met kalk
De meest gebruikte methode om zure kleigrond bij te sturen is het toevoegen van kalk. Tuinkalk (calciumcarbonaat) of dolokal (kalk met magnesium) verhoogt de pH geleidelijk. Bij kleigrond is meer kalk nodig dan bij zandgrond, omdat klei de pH sterker buffert. Een ruwe richtlijn: om de pH van kleigrond met één punt te verhogen, is doorgaans 200 tot 300 gram kalk per vierkante meter nodig, maar dat verschilt per situatie en grondsoort.
Voeg kalk bij voorkeur toe in de herfst en werk het door de bovenste 15 tot 20 centimeter van de grond. Kalk heeft tijd nodig om te reageren met de bodem. Overmatig kalken in één keer is een valkuil: bij een te hoge pH raken andere voedingsstoffen juist op slot. Meet na zes maanden opnieuw om te zien of verdere correctie nodig is.
Wil je de pH verlagen omdat jouw kleigrond toevallig te basisch is? Dan helpt zwavel of het regelmatig toevoegen van zure organische materialen zoals veenmos, al gaat dat bij klei erg langzaam.
Kleigrond hoeft niet per definitie zuur te zijn, maar het risico op verzuring is er wel. Een eenvoudige pH-meting geeft je in vijf minuten duidelijkheid. Weet je wat de zuurgraad is, dan kun je gericht bijsturen en haal je veel meer uit je kleituin.



